Ontheemde Palestijnen op Westoever bezorgd: 'We kunnen nergens heen'
Elke toegangsweg naar het vluchtelingenkamp van Tulkarem is door het Israëlische leger verwoest. Asfalt is kapotgetrokken inclusief waterleidingen en riolering. En alles wat er op straat stond zoals auto's, is door bulldozers opzijgeduwd. Een soort modderige akkers lijken de wegen nu. En iedereen weet, waar de verwoesting begint is ook waar de grens loopt. Vanaf dat punt is het nu militair terrein met Israëlische scherpschutters die niemand toelaten. Ook voor journalisten is de toegang verboden.
Israël zegt er Palestijnse gewapende groepen de kop in te willen drukken. Die verzetten zich tegen de Israëlische bezetting. Leden ervan geloven niet dat diplomatie er na al die jaren alsnog voor zal zorgen dat er een einde aan de bezetting komt. En dus gaan ze zelf de strijd aan met het Israëlische leger door aanvallen te plegen, met wapensteun van Iran.
Israël zegt dat het "broeinesten van terrorisme" zijn en doet geregeld invallen, bijvoorbeeld om militanten op te pakken. Daarbij vallen regelmatig doden en gewonden. Maar invallen van deze omvang hebben Palestijnen op de Westoever in geen 20 jaar meegemaakt. Niet alleen leden van de militante groeperingen worden nu aangepakt, maar alle inwoners van de kampen zijn door het leger verjaagd.
Alaa Shafni staat zo'n 100 meter van een van de ingangen naar het vluchtelingenkamp en ze wijst: " Daarbinnen is mijn huis, je kan het vanaf hier net niet zien. Niemand mag het kamp meer in." Ook zij werd samen met haar gezin gedwongen te vertrekken. "We hebben vaker invallen meegemaakt, maar die duurden dan een paar dagen. Dit is al weken gaande." Een deel van het gezin slaapt nu in de winkel die ze heeft net buiten het vluchtelingenkamp. Ze verkoopt er kinderkleding en huishoudelijke spullen, maar achterin de winkel staan nu ook bedden. "Toen het leger ons wegstuurde wisten we niet waar we naartoe moesten dus kwamen we hier."
Deur open laten
Nu staat ze dagelijks voor de deur van haar winkel te staren naar de ingang van het kamp. Haar huis is dichtbij, maar tegelijkertijd ver weg. "Ik kreeg onlangs van het leger toestemming om twee uurtjes mijn huis in te gaan om wat spullen voor de kinderen te halen, je gelooft niet wat je daar ziet. De schade is enorm. Wegen zijn verwoest, huizen zijn vernield."
Ze mochten van het leger de deuren van het huis niet op slot doen zegt ze, militairen moesten er naar binnen kunnen. "Het hele huis hadden ze overhoop gehaald en van alles vernield. Kasten maar ook de wasmachine en koelkast waren vernield. Er is geen stroom meer dus al het eten in de vriezer en koelkast lag te rotten", zegt Shafni.
Dezelfde verhalen komen uit de andere vluchtelingenkampen waar het Israëlische leger binnen is gevallen. In totaal zijn 40.000 Palestijnen ontheemd door het offensief. Ze werden gedwongen te vertrekken door het Israëlische leger en verblijven nu overal en nergens. Sommigen kunnen iets huren of logeren bij familie, maar honderden gezinnen kunnen nergens naartoe en worden tijdelijk opgevangen in scholen en buurtcentra.
Um Ahmad verblijft met haar dochter en kleinkinderen ook in een buurtcentrum in de stad Tulkarem, samen met 80 andere gezinnen. De mannen allemaal samen in een zaal, de vrouwen en kinderen verdeeld over kleinere ruimtes. Het gezin slaapt met zes personen in een soort klein magazijn, het is donker en er zit schimmel op de muur. "De militairen schoten op ons en toen zijn we gevlucht. We konden nergens naartoe dus zijn we hier maar heen gekomen", zegt um Ahmad.
Ramadan
De afgelopen weken hoopte men dat ze voor de start van de ramadan weer terug naar hun huis zouden mogen. Shafni: "Het is voor ons een belangrijke maand en we hadden zo gehoopt dat we die periode in onze eigen huizen mochten doorbrengen." Maar voordat de ramadan begon maakte de Israëlische minister van Defensie Katz duidelijk dat dat niet zou gebeuren. Sterker nog, hij kondigde aan dat hij het leger de opdracht had gegeven zich voor te bereiden op een lang verblijf in het kamp. Zeker de rest van het jaar wil hij de kampen bezet houden en de bewoners dus niet terug laten keren.
Palestijnen zijn bang dat Israël op deze manier zijn macht op de Westoever permanent wil vergroten. Premier Netanyahu staat onder druk van ultrarechtse coalitiepartners. Die zien de Westelijke Jordaanoever het liefst geannexeerd. Toch blijft um Ahmad hoop houden dat ze ooit weer terug mag keren naar het vluchtelingenkamp: "Het is ons thuis, is er iets fijners dan je eigen huis?"
