Minderheid van uit huis geplaatste kinderen keert terug naar huis

Vier op de tien kinderen die uit huis worden geplaatst keren terug naar huis. Dat blijkt uit een steekproef van de Universiteit Leiden in opdracht van het kabinet. Een kwart van de kinderen die in eerste instantie weer veilig naar huis kan, wordt later nog een keer uit huis geplaatst.

"Zorgelijk", reageert hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning die het onderzoek leidde. "Het is een groep kinderen die heen en weer gaat." Bruning en haar collega's bekeken 456 dossiers van kinderen die in 2018 door de kinderrechter uit huis zijn geplaatst. De onderzoekers volgden de kinderen tot eind 2023.

Dat uiteindelijk bij lange na niet alle kinderen terugkeren naar huis, wijt Bruning onder meer aan personeelstekorten in de jeugdzorg. "Alles staat zo onder druk dat te weinig ingezet kan worden op intensieve hulp om kinderen weer snel thuis te krijgen."

Ook de moeilijke situaties waarin de minderjarigen zitten spelen een rol. Zo is de kans op terugplaatsing van een kind kleiner als ouders last hebben van trauma's of opvoeden moeilijk vinden. Daardoor is het "helaas niet altijd veilig genoeg voor kinderen" om terug te keren.

Spannend

De kans dat kinderen veilig terug naar huis kunnen is meer dan twee keer zo groot als ouders tijdens de uithuisplaatsing hulp krijgen. "We hoorden van ouders en kinderen dat ze veel minder hulp kregen na de terugplaatsing terwijl het dan juist heel spannend voor ze wordt", zegt Bruning. "Je moet het in het dagelijks leven met elkaar zien te redden en dan heb je eerder meer dan minder hulp nodig."

De grootste groep kinderen komt na een gedwongen uithuisplaatsing terecht in een pleeggezin. Ruim een kwart ging naar een instelling of crisisgroep. Kinderen blijven vaak niet op één plek. Bijna de helft van de gevolgde minderjarigen verhuisde minstens één keer. Een van de kinderen werd dertien keer overgeplaatst.

Die verhuizingen zijn schadelijk, blijkt uit een recent onderzoek in opdracht van stichting Het Vergeten Kind. De verhuizingen, die allerlei oorzaken hebben, leiden bijvoorbeeld tot eenzaamheid en depressieve gevoelens.

'Traumatisch'

Bij de gedwongen uithuisplaatsingen valt het hoge aantal spoedverzoeken op. Dat gebeurde in ruim een kwart van de ruim 400 onderzochte dossiers. Vaak kunnen ouders dan pas na twee weken hun verhaal doen.

Het zijn cijfers waar Bruning van schrikt. "Heel traumatisch", noemt ze de spoeduithuisplaatsingen die volgens haar meestal met politie-inzet gepaard gaan.

"Vaak kunnen ouders en kinderen geen afscheid van elkaar nemen", zegt Bruning. Het komt voor dat kinderen op het schoolplein door agenten worden opgehaald. "Je wil het liefst dat dat nooit gebeurt en anders zo min mogelijk."

Op een congres bespreken de Universiteit Leiden en het ministerie van Justitie en Veiligheid binnenkort de uitkomsten van het onderzoek. Ook denken zij dan na over hoe de zorg voor deze groep kinderen beter kan.

https://nos.nl/l/2555528

Reply to this note

Please Login to reply.

Discussion

No replies yet.