Gapende wonden in door rebellen bezette stad Goma in oosten Congo
Rebellengroep M23 laat in zijn opmars een spoor van dood en onveiligheid achter in de Democratische Republiek Congo. Miljoenenstad Goma, in het oosten van het land, probeert weer op te starten, maar de littekens zijn groot. Dat blijkt uit ijzingwekkende verhalen van de slachtoffers, zoals de 15-jarige Josué.
Josué ligt voor een operatiezaal te wachten tot een chirurg zijn handen vrij heeft. Zijn ogen zijn afgeplakt met oranje verband. Hij hoort alleen het piepen van de hartslagmonitoren en het rollen van de wielen van de ziekenhuisbedden die in en uit gaan. Hij lijkt gedesoriënteerd. Hard knijpt hij in de hand van een verpleegkundige die hem toefluistert dat alles goed gaat komen.
Maar hij zal nooit meer kunnen zien. Een chirurg van het Rode Kruis gaat deze ochtend de restanten van zijn ogen verwijderen die te zwaar beschadigd zijn om ze te redden. Josué en zijn vriendjes speelden met een onontplofte granaat, vertelt zijn vader in de ziekenhuiszaal van het Ndosho-ziekenhuis in Goma. "Ik weet niet wat de toekomst hem nu brengt."
Wetteloosheid
De toekomst van de hele stad en de regio's Noord- en Zuid-Kivu is onzeker, een gebied waar Nederland bijna drie keer in past. Goma werd drie weken geleden ingenomen door rebellen van M23, een groep die gesteund wordt door Rwanda. Afgelopen weekend viel ook de grote stad Bukavu, na weinig weerstand van het Congolese leger. En M23 gaat door om nog meer gebied te veroveren.
De gevechten in Goma zijn nu voorbij, maar veilig voelen mensen zich niet. Er zijn veel wapens in omloop, gevangenen zijn ontsnapt en er heerst wetteloosheid. In de chaos is er geplunderd en zijn vrouwen verkracht. Toch is het dagelijks leven weer opgestart. Mensen moeten door. Onder toeziend oog van soldaten van M23 die her en der door de stad lopen.
Ondertussen worden de laatste sporen van de oorlog weggewerkt. Op de lokale begraafplaats staan mannen in witte pakken in de grond te scheppen. In de laadbak van een pick-uptruck liggen plastic zakken met lichamen. "We proberen hen eerbiedig te begraven", zegt vrijwilliger Diallo Kamondi. Hij tilt zijn schep op laat hem neerploffen in de zwarte vulkanische grond. Vandaag graaft hij vier graven, net zoals tientallen andere vrijwilligers.
Op deze begraafplaats ligt ook een massagraf. "Daar hebben we een paar weken geleden twee geulen gegraven omdat we geen tijd hadden voor het maken van een individueel graf, het waren er te veel." De laatste lichamen die nog in het mortuarium lagen, krijgen vandaag hun laatste rustplaats.
Hoeveel mensen zijn omgekomen toen Goma werd ingenomen, is lastig te zeggen. De Verenigde Naties houden het voor nu op 3000 en daar zitten soldaten maar ook burgers bij, veelal om het leven gekomen door kruisvuur.
Onder hen is de moeder van de 32-jarige Faida. Faida's gehuil gaat door merg en been. "Mama, waarom heb je ons verlaten?", jammert ze. Ze zit in de slaapkamer van haar moeder. Ze kijkt omhoog naar een groot gapend gat. Het golfplaten dak is omgekruld en zonlicht valt naar binnen op oude kleren van haar moeder die op de grond liggen. "Hier viel een bom", zegt Faida, terwijl ze haar tranen droogt met een doek.
Faida woont net buiten Goma, op een plek die midden in de frontlinie lag. Samen met haar moeder zat ze eerst in een vluchtelingenkamp, maar haar moeder keerde huiswaarts voor het einde van de gevechten. "Ze zei dat ze al te vaak gevlucht was in haar leven."
Faida is nu gedwongen thuis. M23 heeft de vluchtelingen opgedragen terug te gaan. "Maar wat kunnen we hier?", verzucht ze. "Onze huizen zijn kapot en er liggen nog explosieven in het dorp waar kinderen dood van kunnen gaan. Er is geen eten en geen veiligheid. In de chaos is ook alles geplunderd, tot mijn gordijnen aan toe."
Ze vraagt zich af wat haar regering doet, ruim 1500 kilometer verderop, in de hoofdstad Kinshasa. Een regering die telkens weer gefaald heeft om deze regio te beschermen. "We horen dat ze hier vechten om de grondstoffen, omdat we rijk zijn. Maar wij lijden. We voelen ons verraden en vergeten."
Amputaties
In het ziekenhuis van Goma rond traumachirurg Abdou Sidibe een beenamputatie af. "In mijn leven als chirurg in oorlogsgebieden is het de eerste keer dat ik zo veel ernstige verwondingen zie. Zwangere vrouwen met ernstige buikwonden en kinderen van twee, drie jaar oud wiens ledematen we moeten amputeren. Het is verdrietig, maar alleen dat redt hun leven." Hij verbindt het bovenbeen van een man, terwijl het onderbeen wordt weggedragen.
En dan is het de beurt aan Josué voor zijn oogoperatie. Hij laat de hand van de verpleegkundige los en wordt de operatiezaal in gereden.
