Opinie – Van spoor tot samenleving: hoe privatisering ons vakmanschap en vertrouwen kostte

In 1991 begon ik als jonge leerling bij de Technische Vakschool van de Nederlandse Spoorwegen. Voor een jochie van begin twintig was dat een droomstart: twee jaar lang opleiden, daarna een vaste aanstelling voor onbepaalde tijd. Zelfs de jaren die ik in militaire dienst moest doorbrengen telden mee voor mijn dienstjaren. Zo was dat toen: een overheidsbedrijf investeerde in mensen, omdat het de bedoeling was dat je bleef. Er werd gebouwd aan zekerheid, continuïteit en vakmanschap.

De omslag in de jaren ’90

Maar halverwege de jaren ’90 sloeg de wind om. Onder druk van politieke keuzes en Europese richtlijnen moest de NS worden opgesplitst. Er kwamen aparte bedrijfsonderdelen: NS Reizigers, NS Materieel, NS Cargo en de infrastructuur, die uiteindelijk werd ondergebracht bij Railinfrabeheer (later ProRail). De gedachte was dat concurrentie zou leiden tot meer efficiëntie en betere dienstverlening.

Wat ik zag van binnenuit, was heel anders. Voor mij betekende het dat er ineens geen plek meer was als monteur in de werkplaats. Ik belandde noodgedwongen in het magazijn. Voor anderen betekende het ontslag, verlies van zekerheid en het uiteenvallen van een bedrijfscultuur waarin vakmanschap en samenwerking centraal stonden.

Privatisering als modewoord

Diezelfde beweging vond plaats bij andere nutsbedrijven. Energiebedrijven als het PEN (Provinciaal Elektriciteitsbedrijf Noord-Holland) verdwenen in fusies en overnames, soms zelfs door buitenlandse partijen. Mijn vader maakte mee hoe zijn bedrijf drie keer in twintig jaar werd verkocht: eerst aan een Amerikaanse investeerder die vooral technologie en kennis eruit sloopte, later aan fusiepartners die het ene na het andere nieuwe logo introduceerden. Uiteindelijk bleef er een uitgeklede organisatie achter, terwijl aandeelhouders hun winst veiligstelden.

Privatisering was het modewoord. Het zou goedkoper, sneller en efficiënter worden. Maar de praktijk was dat maatschappelijke functies werden beoordeeld alsof het commerciële producten waren. Alles werd afgerekend op winst, in plaats van op betrouwbaarheid, duurzaamheid en publieke waarde.

De prijs van korte-termijndenken

Er was heus wat te verbeteren. Soms deden drie mensen werk dat door één ook kon. Maar de kaalslag die volgde was geen gezonde hervorming: het was roofbouw. Bedrijven werden opgesplitst, verkocht en weer doorverkocht. Investeringen bleven uit. Technologie verdween naar het buitenland. Mensen verloren hun baan of hun trots.

En nu, ruim dertig jaar later, zien we de rekening.

Er zijn grote tekorten aan technici, machinisten en monteurs.

De oude vakscholen bestaan niet meer, waardoor kennis en opleiding versnipperd zijn geraakt.

Het spoor is drukker en kwetsbaarder dan ooit, met storingen en vertragingen die reizigers dagelijks voelen.

Energiebedrijven moeten met miljarden aan belastinggeld worden gesteund om de transitie naar duurzame energie mogelijk te maken – geld dat er nog was geweest als we niet alles uit handen hadden gegeven.

Wat we kwijt zijn geraakt

Het gaat niet alleen om geld of infrastructuur. Wat we kwijt zijn geraakt, is een cultuur van investeren in mensen. Een vaste aanstelling was vroeger niet alleen zekerheid voor de werknemer, maar ook een investering van het bedrijf in vakmanschap. Je kreeg opleiding, begeleiding en toekomstperspectief.

Nu zien we het omgekeerde: tijdelijke contracten, krappe marges, outsourcing, en een overheid die vaak pas ingrijpt als het te laat is. En ondertussen vragen veel mensen zich af: voor wie werken we eigenlijk nog? Voor elkaar, of voor aandeelhouders?

Terug naar de basis

Langzaam maar zeker zien we dat het systeem weer begint terug te draaien. De overheid neemt opnieuw meer verantwoordelijkheid voor infrastructuur, energie en vervoer, omdat gebleken is dat de markt het niet duurzaam kan organiseren. Alleen: de kennis, de vakscholen en de generaties technici zijn grotendeels verdwenen.

Dat is de wrange erfenis van dertig jaar privatisering: niet alleen bedrijven zijn uitgehold, maar ook ons collectieve vermogen om te bouwen en te onderhouden.

En toch…

Misschien komt het ooit terug: een spoorbedrijf dat er weer echt voor de samenleving is, vakscholen die jongeren opleiden tot goede technici, een overheid die begrijpt dat investeren in mensen de beste vorm van rendement is.

Tot die tijd blijft één wrange waarheid overeind: al die reorganisaties, privatiseringen en fusies later… de trein komt nog steeds vijf minuten te laat.

Reply to this note

Please Login to reply.

Discussion

No replies yet.